Ondernemen 1 oktober 2021

TOP 10 verlanglijstje

De zomer is voorbij en het nieuwe zakelijke en politieke seizoen is al weer vol op stoom. ORAM heeft de gelegenheid te baat genomen om een top 10 te maken: het verlanglijstje van Ondernemend Amsterdam.

Op deze 10 punten kunt u ons vinden en herkennen de komende tijd!

  1. Ruime aandacht hebben voor de economie. Amsterdam is harder dan welke stad dan ook geraakt door de coronacrisis. Bovendien wordt over economie in de stad vaak te klein gedacht; het gaat om méér dan buurtinitiatieven. De huidige omstandigheden vragen om aandacht voor werk, bedrijvigheid, ondernemerschap en vestigingsklimaat, niet alleen in woorden maar ook in daden.
  2. Meer diversiteit aanbrengen in de Amsterdamse economie. De coronacrisis legde genadeloos bloot dat Amsterdam een te eenzijdige economie heeft die sterk gericht is op bezoekers en consumptie. Spreiding in sectoren en soorten werkgelegenheid is cruciaal. Naast kenniseconomie (denk aan healthcare en artificial intelligence) bieden met name de maakindustrie, de productieve bedrijvigheid en de circulaire economie (op industriële schaal) goede kansen om een diverse economie te ontwikkelen. Daarnaast behouden we hiermee de banen voor praktisch opgeleiden in de stad.
  3. Werken, werken, werken: voldoende ruimte programmeren voor bedrijven. Economie wordt vooral een ruimteprobleem. Er zijn steeds meer ruimtelijke ontwikkelingen die de bedrijvigheid onder druk zetten. Veel bedrijventerreinen gaan getransformeerd worden naar woon/werk gebieden en de ruimte om bedrijven te verplaatsen in de regio is beperkt. Met name bedrijven met een hindercontour dreigen daarvan de dupe te worden. Tegelijkertijd moeten we meer ruimte reserveren om de ambities voor de circulaire economie op industriële schaal te realiseren. Dit zijn vaak bedrijven die geluid en stof produceren. Een betere balans tussen wonen en werken is cruciaal voor een gezonde toekomst van de stad.
  4. Kansen pakken rond de energietransitie. De Amsterdamse haven kan door haar ligging, omvang en kennis een Europese toppositie claimen in de energietransitie. Waterstof is de toekomst en er wordt veel over gepraat, maar er is nog veel voor nodig om de ‘hydrogen hub’ te worden die we ambiëren. Ondernemers willen; met eigen investeringen, initiatieven en plannen. Zo verwerken de opslagbedrijven steeds meer nieuwe  energiedragers. Extra inzet is echter nodig om ervoor te zorgen dat investeringen en infrastructuur hier gaan landen. Het Noordzeekanaalgebied moet gezamenlijk eraan werken om de integrale propositie voor de energietransitie waar te maken, bestaande bedrijven aan te moedigen en nieuwe bedrijven en investeringen aan te trekken.
  5. De haven benutten waar zij voor is: internationale logistiek en watergebonden ladingstromen. De vierde haven van Europa speelt een cruciale rol als internationaal knooppunt van goederenstromen. Drie TEN-T corridors (Europese watersnelwegen) starten in onze haven, met cruciale verbindingen met het Europese achterland. Geen stadshaventje, maar een haven van (inter)nationaal belang waar we kritisch moeten omgaan met de ruimte en kades benut moeten worden voor nautische activiteiten.
  6. Integrale oplossingen uitwerken voor bereikbaarheid en mobiliteit. Door de groei van de stad lopen we tegen de grenzen aan van onze mobiliteit. En dat zal de komende jaren alleen maar toenemen. De capaciteit van de infrastructuur en het OV-netwerk staat onder druk, zowel voor personenvervoer als goederenvervoer op de weg, het spoor als het water. Slimme oplossingen blijven noodzakelijk om een goede doorstroom te bewerkstelligen, denk aan Zuidas dok. Eenzijdige oplossingen als het vernauwen van doorgangsroutes helpen niet, integrale en interregionale oplossingen juist wel. Zuidas speelt hier een sleutelpositie in.
  7. Voorkomen dat tekort aan energie de stad op slot zet. Afgelopen juni en wederom in september kwam het onheilspellende bericht naar buiten dat de netbeheerder capaciteitsproblemen heeft in diverse gebieden in Amsterdam. Energiecongestie vormt een ernstige belemmering voor de economie en de energietransitie. Een snel groeiend aantal elektriciteitsvragers in de stad zorgt voor nog meer druk op het net. Uitbreiden van capaciteit en investeren in infrastructuur voor een betrouwbare en duurzame energievoorziening is cruciaal. Hoe dan ook vraagt dit probleem om acute aandacht en goed samenwerkende overheden.  
  8. Realistisch beleid voor de bezoekerseconomie ontwikkelen. Veel voorzieningen in de stad kunnen alleen bestaan bij de gratie van bezoekers: de culturele instellingen, de horeca, het fijnmazig openbaar vervoer. Een gastvrije stad die zich richt op de kwaliteitsbezoeker blijft heel belangrijk. Gericht beleid op de aanpak van de echte overlastgevers is nodig. De stad moet zich niet richten op het terugdringen van toeristische voorzieningen in het algemeen, maar specifiek op het terugdringen van de overlast die veroorzaakt wordt. En bovendien is een nieuw model nodig, dat ervoor zorgt dat de binnenstad weer aantrekkelijker wordt om te wonen en te werken.
  9. Niet solo, maar samenwerken: regionale en nationale relaties versterken. De stad moet de vleugels uitslaan naar de regio. We moeten veel meer op regionale schaal denken en doen, al is het alleen maar om de zich opstapelende ruimtevragen te kunnen opvangen. Dit geldt voor de woningmarkt en voor bedrijven. We moeten partners als het Rijk aan ons binden om de infrastructuur te realiseren die nodig is, vanuit een gecombineerd lokaal en nationaal belang. Daarbij kan het Rijk een lange termijn commitment aan de ontwikkeling van het havencomplex geven en kan Amsterdam het koploperschap in de transitie naar duurzaamheid versterken.
  10. Amsterdam als open en verbonden stad meer gestalte geven. Amsterdam is altijd een aantrekkelijke stad geweest voor internationale creatieve en innovatieve pioniers. Tegelijkertijd moeten we ervoor blijven zorgen dat Amsterdam dat open karakter behoudt en ondernemers de stad blijven vinden. Dat er ruimte blijft om te experimenteren en te innoveren. Niet zelfgenoegzaam worden met alleen maar oog voor de buurteconomie en de bewoners; ‘Amsterdam voor de Amsterdammers’, maar een prikkelend en uitnodigend klimaat voor nieuwe en bestaande bedrijven.