Ruimte voor werk 3 maart 2021

ORAM reageert op Omgevingsvisie van de gemeente Amsterdam

Beste Leden,

Vandaag hebben wij onze zienswijze op de ontwerp Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (OVA) ingestuurd. De OVA geeft de visie weer van de gemeente op de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam in 2050. Graag nemen we jullie mee in onze reactie.

 

Gemeente Amsterdam 2021

Het concept dat nu voorligt en nog in de Gemeenteraad behandeld gaat worden heeft grote impact op bedrijven in Amsterdam. Zoals bekend is er in Amsterdam grote behoefte aan plekken om te werken. De OVA staat echter hoofdzakelijk in het teken van wonen. Er is evident grote behoefte aan woningen in de regio Amsterdam. Maar de schoen wringt hier: ruimte voor werk lijkt in de OVA secundair geworden aan de prioriteit om woningen te ontwikkelen. Ons achterlatend met de vraag: maar waar werken die 1.150.000 Amsterdammers in 2050? Weliswaar spreekt de OVA over de toename van 200.000 banen, maar het blijft gissen hoe de gemeente tot dit getal komt; welke banen dit zijn, waar ze vandaan komen, maar vooral waar en hoe die banen moeten landen in de stad.

De nadruk op woningbouw in de OVA zorgt ervoor dat er maar liefst 450 hectare bedrijventerrein moet worden getransformeerd. Dit leidt tot een oplopend tekort aan bedrijfsruimte van minimaal 150 hectare in de stad. Nauwelijks vinden wij antwoord op de vraag: wat is de impact van deze visie op de Amsterdamse economie als je dermate veel bedrijventerreinen gaat transformeren? En waar herberg je dan bijvoorbeeld de  maakindustrie, die alom wordt gezien als kansrijk en bovendien onmisbaar in een gezonde economische mix. Dit geldt zeker voor Amsterdam, dat in de coronacrisis hard geraakt wordt door een gebrek aan economische diversiteit.

De regio

De hoofdlijn in de OVA is de verwachte groei van de stad. Die groei moet niet alleen binnen de stadsgrenzen worden opgevangen, maar vraagt om een schaalsprong naar de regio. De visie zet in op regionale spreiding van stedelijke voorzieningen en werkgelegenheid. Over de gevolgen voor bedrijven is de OVA duidelijk: doordat Amsterdam bestaande bedrijventerreinen transformeert, is er in de stad minder plaats en moeten overtollige bedrijven naar de regio uitwijken. Via afspraken met buurgemeenten moet het ruimtegebrek voor Amsterdam gecompenseerd worden, zo stelt de visie. Weliswaar geeft de gemeente aan de deur niet dicht te willen gooien onder het mom ‘de stad is vol’; de visie volgend zal dit voor veel bedrijven toch het lot zijn.

In de praktijk zien we dat de regio steeds terughoudender wordt om als overloop locatie voor Amsterdam te dienen. De omgevingsvisies van buurgemeenten lijken er ook niet vanuit te gaan dat ze onderdak moeten gaan bieden aan Amsterdamse bedrijven en werken bovendien zelf aan transformatieplannen van bedrijventerreinen. ‘Afspraken met buurgemeenten’ zijn dan ook allesbehalve vanzelfsprekend en er is niet bepaald een goed trackrecord op dit gebied. Dit treft in het bijzonder productiebedrijven, circulaire en logistieke bedrijven die door hun aard en functie hindercontouren nodig hebben.

Bestaande bedrijven waar geen plaats meer voor is in Amsterdam moeten dus hun locatie in de regio gaan vinden, met alle onzekerheden van dien zoals beschreven. Het leeuwendeel van de woningen in de regio moet van de gemeente echter wel binnen de eigen grenzen worden gerealiseerd. Wij vragen ons af waarom de gemeente in deze OVA voor woningbouw niet dezelfde regionale schaalsprong maakt als dat zij met de bedrijven doet.

Verdichting

Verdichting van monofunctionele bedrijventerreinen tot woon-werkgebieden is een oplossing om de groei van de stad op te kunnen vangen. De ruimte wordt daarmee efficiënter benut. We moeten echter wel oppassen dat functiemenging wordt gezien als een heilige graal. Kleinschalig kantoor werk en zakelijke diensten zijn best te mengen, maar hoe zit het met ander werk? Waar wonen en werken gemengd worden zien we dat er veel overlast is: geur, geluid, verkeer. Op het moment dat er woningen komen op een bedrijventerrein, wordt  het gebied defacto als woongebied gezien waar bedrijven te gast zijn. Oftewel: de positie van de bewoners wordt het uitgangspunt. Met als gevolg dat bedrijven door klachten en issues verder worden verdrongen. Deze praktijk moet wat ORAM betreft anders: op te transformeren terreinen is ‘werken’ het vertrekpunt en zal de woningbouw zich daaraan dienen aan te passen.

Werkgelegenheid  

ORAM maakt zich zorgen dat met deze visie met name de productieve banen komen onder druk komen te staan. Een belangrijk deel van de Amsterdamse bevolking is praktisch opgeleid. Een doelgroep die niet zo mobiel is als andere doelgroepen en waar afstand tot het werk meer telt. Het verplaatsen van dit soort werkgelegenheid naar plekken ver buiten de stad leidt uiteindelijk tot baanverlies.

Haven

De omgevingsvisie spreekt van een nieuwe zonering voor de haven. Voor ORAM is het van cruciaal belang dat de continuïteit van de huidige bedrijven in het havengebied en het behoud van de bestaande en toekomstige veiligheids- en milieuruimte geborgd is. De haven werkt er bovendien hard aan om de energietransitie en de circulaire economie grootscheeps te laten landen in het gebied. Om deze transformatie mogelijk te maken is de beschikbare fysieke en milieuruimte hard nodig. Dit betekent dat de woningbouwontwikkeling aan de oostzijde van de A10 rekening heeft te houden met dit belang. We lezen dit onvoldoende terug in het stuk. Ook hier is het uitgangspunt woningbouw en daarna pas bedrijvigheid.

Vraag aan de gemeente

Wij realiseren ons terdege dat er geen makkelijke oplossingen zijn als het gaat om ruimtegebruik. Wonen, werken, recreëren, energietransitie; verschillende gebruikers dringen om schaarse ruimte. Alternatieven zijn er weinig. Het is aan de overheid om daar gewogen keuzes in te maken. ORAM vraagt de gemeente uitdrukkelijk om de  economische en bedrijfsmatige belangen beter en concreter mee te wegen, aangezien deze ontwerp Omgevingsvisie bedrijven en werkgelegenheid de stad uitdrijft zonder reële alternatieven te bieden. De OVA vraagt fundamenteel om een meer evenwichtige benadering van maatschappelijke en economische belangen en een betere balans tussen ‘wonen’ en ‘werken’.

Hoe verder

De gemeente gaat nu aan de slag met het verwerken en beantwoorden van alle zienswijzen en eventuele aanpassingen in het ontwerp. De gemeenteraad zal zich er in een later stadium over uitspreken.  

Als u graag de volledige zienswijze van ORAM op de Omgevingsvisie 2050 ontvangt, stuurt u dan een bericht naar lie@oram.nl.


Naar de omgevingsvisie: amsterdam2050.nl