Ruimte voor werk 29 juni 2021

Omgevingsvisie Amsterdam 2050: part 2

Vorige week publiceerde het College van B&W een definitievere versie van de Omgevingsvisie. Deze nieuwe editie kwam tot stand na bijna 700 reacties op het eerste ontwerp dat eerder dit jaar verscheen. Ook ORAM stuurde een zienswijze in en die was best kritisch. De nieuwste versie leest heel anders.

 

Amsterdam ontwikkelt een Omgevingsvisie voor de periode tot 2050. Een belangrijk richtinggevend stuk dat de visie van de gemeente weergeeft op de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam tot 2050. De Omgevingswet – die naar verwachting in juni 2022 ingaat – verplicht alle gemeenten om een Omgevingsvisie op te stellen. Vorige week publiceerde het College van B&W een nieuwe, definitievere versie van de Omgevingsvisie. Het laatste woord is nu aan de Gemeenteraad.

Deze nieuwe editie kwam tot stand nadat bijna 700 organisaties en individuen reageerden op het eerste ontwerp dat eerder dit jaar verscheen. Ook ORAM stuurde een zienswijze in en die was best kritisch. Ons belangrijkste punt: waar is de ruimte voor werk? Het ontwerp stond sterk in het teken van wonen, waarbij de economie een secundaire positie leek te bekleden. Onze kritische zienswijze was niet aan dovemans oren gericht: het ambtelijke team bij de gemeente dat verantwoordelijk is voor deze visie heeft ruim tijd en moeite genomen om onze feedback goed te doorgronden en toelichting te geven. En ook politiek werden onze signalen opgepikt.

Wonen en werken meer in balans

De nieuwste versie leest heel anders. Wonen en werken zijn duidelijk meer in balans gekomen. Het belang van de economie wordt sterker meegewogen. Ruimte voor bedrijvigheid krijgt meer aandacht en de gemeente wordt concreter waar zij de 200.000 geplande nieuwe banen die voorzien zijn wil onderbrengen.

In het bijzonder zijn wij positief dat behoud van productieve bedrijvigheid in Amsterdam een kraakheldere doelstelling is geworden in de visie. Zo wil de gemeente ruimte geven aan productieve wijken en bedrijventerreinen waar exclusief ruimte wordt gecreëerd voor productieve, logistieke en stadsverzorgende bedrijven. Deze onderwerpen komen aan bod in een nieuw toegevoegde paragraaf ‘Economische diversiteit als kracht’.

Een mooi voorbeeld van intensivering die leidt tot meer ruimte voor bedrijven vinden wij Amstel III in Zuidoost. Wij zijn dan ook positief over de toekenning van de status van pilotgebied voor grootschalige intensivering die de gemeente toekent aan het gebied. Wij hopen dat dit ook leidt tot versnelling in de ontwikkeling van het gebied. Ook de ontwikkeling en uitwerking van kenniskwartieren als belangrijke plek voor de stedelijke economie, in het bijzonder voor innovatieve bedrijven en start-ups moedigen wij aan.

Meer economische diversiteit in de regio

Amsterdam zet in op samenwerking met de Metropoolregio Amsterdam (MRA) om meer economische diversiteit op regionaal niveau te ontwikkelen, waarbij ook in andere delen van de MRA nieuwe aanvullende vestigingsmilieus ontstaan.

  • Het is een goede zaak dat Amsterdam de regio steunt bij het opstellen van kwalitatieve economische profielen.
  • Daarbij blijft wel onze kanttekening dat ook in veel regiogemeenten grootschalige woningbouw- en transformatieplannen van bedrijventerreinen op handen zijn die de ruimte voor bedrijvigheid beperken.
  • De concept Verstedelijkingsstrategie die nu door de MRA wordt ontwikkeld is wat dit betreft duidelijk: “mede vanwege transformaties van bestaande bedrijventerreinen tot gemengde woonwerklocaties, is er aanvullende ruimte nodig voor bedrijvigheid. Waar kunnen we die ruimte vinden? Daar zullen we keuzes in moeten maken”.

Regionale samenwerking zonder vrijblijvendheid
Overall zien we meer realisme in de Omgevingsvisie rond de ruimtedruk op bedrijvigheid in Amsterdam. In het bijzonder ontstaat er druk op de ruimte voor bedrijven met enige omvang en/of een hindercontour.

  • Dit zijn bij uitstek vaak de productieve bedrijven en dito banen die de stad juist graag wil behouden. Er ligt een grote ruimtevraag van dergelijke bedrijven die door de transformatie van bedrijventerreinen straks (en vaak zelfs nu al) niet meer ingevuld kan worden.
  • Het is bemoedigend te zien dat Amsterdam komt met nieuwe instrumenten om de ruimtevraag in goede banen te leiden. En ook maatregelen als het instellen van een bedrijvenloods, bedrijvenloket en reservering van kavels voor bedrijven uit transformatiegebieden helpen.
  • Nu al voorziet men echter dat door de transformatie van bedrijventerreinen voor 150 hectare aan bedrijven geen ruimte meer zal zijn in de stad. Hogere aantallen circuleren. De oplossing die de gemeente biedt is regionale sturing, of te wel inspanning om tot afspraken te komen met de regiogemeenten om bedrijven te accommoderen.
  • Dit blijft de achilleshiel in de omgevingsvisie: pogingen om tot afspraken te komen met omliggende gemeenten hebben nog geen effect gehad, de ruimte in die gemeenten is zeer schaars of moet nog verworven worden, gemeenten willen maar beperkt dienen als overloop voor Amsterdamse bedrijven en gemeenten willen autonome beschikking houden over hun eigen grondgebied. Succes is dus niet verzekerd.
  • Amsterdam geeft aan de economische verdringing tegen te willen gaan. Echter alleen een inspanning om te komen tot afspraken met regiogemeenten biedt nog steeds weinig houvast en is te vrijblijvend. ORAM roept dan ook op tot een duidelijk commitment van de gemeente om te komen tot oplossingen in de regio en/of in de stad. Dit sluit beter aan bij de eigen ambities.
  • In het bestuurlijk overleg van het zgn. ‘MIRT’ (Meerjarenprogramma Infrastructuur en Ruimte) hebben ministeries en de MRA gemeenten eerder als gezamenlijk uitgangspunt vastgesteld “Nieuwe plannen voor woningbouw die leiden tot transformatie en verlies aan bedrijventerrein kunnen als voldoende ruimte voor bedrijvigheid beschikbaar is”. Wij gaan er vanuit dat Amsterdam zich ook houdt aan deze afspraak.

Haven en NOVI

In april 2021 is het Noordzeekanaalgebied door het Rijk aangewezen tot NOVI-gebied. In het NOVI- gebied zijn overheden meerdere jaren verbonden en werken zij toe naar de echte gezamenlijke uitvoering van de verschillende opgaven. De focus voor dit NOVI-gebied ligt erop voldoende ruimte te bieden voor haven- en industriële activiteiten en de transities die daarin gemaakt moeten worden. In de Omgevingsvisie die nu voorligt, maakt de gemeente een aantal keuzes met betrekking tot woningbouw en transformaties zoals het op termijn transformeren van de Coen- en Vlothaven tot Haven-Stad. Deze transformatie heeft ook invloed op de milieuruimte in het havengebied ten westen van de ring A-10.

  • De vraag is hoe de gemeente de ambitie die uitgesproken met het aanwijzen van het NOVI-gebied en de keuzes gemaakt in de omgevingsvisie met elkaar wil en kan verenigen.
  • Wat ORAM betreft is het van cruciaal belang dat de continuïteit van de bedrijven in het havengebied en het behoud van de bestaande en toekomstige veiligheids-en milieuruimte geborgd is.

Transformatieproces vraagt om nauwe monitoring

De ambities in de Omgevingsvisie liegen er niet om: een grote woningopgave en een grote banenopgave. En dat allemaal in de beperkte ruimte van de stad. We zien de intenties van de gemeente en als ondernemers krijgen we met deze versie van de Omgevingsvisie iets meer comfort.

Tegelijkertijd zien we aan de andere kant de realiteit: het transformatieproces van bedrijventerreinen in Amsterdam kent tot op heden weinig successen. Voor bewoners en bedrijven blijkt het in de praktijk lastig om het bed te delen. De grote transformatieopgave die Amsterdam zich ten doel stelt vormt een risico voor de toekomst van bedrijvigheid in de stad. Transformeren kan in de praktijk nog steeds leiden tot saneren.

  • ORAM roept dan ook op tot gericht toezicht op het transformatieproces en monitoring van de ontwikkelingen. Uiteraard als het gaat om werkgelegenheid, zoals aantal banen, aantal bedrijven, spreiding over de sectoren en opleidingsniveaus van werknemers. Halen we het ten doel gestelde aantal banen? En slagen we erin om de productieve sector in de stad te houden? Maar ook monitoring op regionalisering. Hoe staat het met de afspraken met gemeenten? Hoeveel succesvolle verhuizingen zijn er gerealiseerd? Dit inzicht is nodig om te kunnen sturen en indien nodig om de beleidsdoelstellingen bij te stellen. ORAM ziet graag dat hier concreet werk van wordt gemaakt.

Ten slotte

We horen het vaak: onze leden zijn niet zomaar in Amsterdam gevestigd. Ze ondernemen graag in deze mooie stad en tegelijkertijd brengen ze banen, welvaart en leven in de brouwerij. Daarvoor is en blijft ruimte nodig. ORAM blijft zich dan ook graag inspannen hiervoor.