Column 28 januari 2020

Nr. 250

Dit is de 250e editie van onze nieuwsbrief. De eerste nieuwsbrief kwam niet in uw inbox, maar in uw brievenbus en heette – veelzeggend – Het Kanaal. Columns als deze stonden op de voorkant van het blad en mochten niet langer dan 300 woorden zijn. Anders liepen de letters van de eerste pagina en paste het niet meer in het template van het blad dat het secretariaat gebruikte om iedere maand 500 exemplaren van te stencilen (kent u het woord nog?).

In die 300 woorden bepleitten, opinieerden en activeerden mijn voorgangers de belangen van het bedrijfsleven. Zoals een goed vestigingsklimaat, het belang van de haven, een bereikbare stad en – zoals in het allereerste nummer – de onnodige druk door nieuwe regels uit Brussel. 

Zoals we in 1996 pleitten voor minder regeldruk, zo pleitten we toen ik begon (nr. 145) voor een plek in de maakindustrie in de Amsterdam Economic Board en zo pleiten we vandaag voor participatie van het bedrijfsleven bij de ontwikkelplannen van Metropool Amsterdam.

Door de jaren heen lijkt het weleens of er niets veranderd is. Maar niets is minder waar. De NoordZuidlijn en Westrandweg zijn aangelegd, de veiligheid op bedrijventerreinen nam toe, succesvolle initiatieven voor doorstroom op de arbeidsmarkt, de creatieve industrie en young professionals vonden het levenslicht, een nieuwe zeesluis wordt gebouwd, de maakindustrie kréég die plek in de Board en wij zitten steeds vaker namens het bedrijfsleven aan de tafels waar de plannen worden gemaakt.

Kortom, heel veel lukt. En een constante factor bij al die thema’s en onderwerpen, in al die jaren, in die 250 edities, dat zijn onze leden, dat bent u. Uw passie, drive en betrokkenheid maken dat wij ieder jaar weer en zeker ook in 2020 met veel plezier ons inzetten voor, maar vooral ook mét de leden. Voor een goed vestigingsklimaat, voor minder regeldruk, voor ruimte voor werk, voor de haven, voor een bereikbare stad, voor een plek aan de tafels waar de plannen worden gemaakt. U leest het in ons Jaarplan 2020.

Ik heb er onveranderd veel zin in.

Kees Noorman
directeur ORAM