Haven 3 april 2020

Minister van Nieuwenhuizen presenteert richtinggevende nota voor zeehavens

Opvallende punten Havennota voor Amsterdamse haven

Tussen alle ‘coronabedrijven’ door is deze week de havennota van Minister van IenW Cora van Nieuwenhuizen naar de Tweede Kamer gestuurd. Het is een belangrijk stuk dat ingaat op de toekomst van zeehavens, de kansen en uitdagingen. Een visie die richting geeft voor toekomstig beleid van het Rijk rond de zeehavens, ook die van Amsterdam. We wilden het u ook in deze tijd niet onthouden.

 

Proces

De havennota heeft nog de ontwerpstatus. Dit betekent dat de Tweede Kamer nu aan zet is om erop te reageren. Ook actualiteiten als het coronavirus kunnen nog verwerkt worden. Het precieze vervolgproces is nog niet bekend. Immers, in het parlement loopt alles nu ook anders door de coronacrisis.

Rol ORAM

Hoewel het in deze nota gaat over zeehavens in het algemeen, heeft het stuk wel degelijk relevantie voor de Amsterdamse haven. ORAM heeft dan ook op verschillende momenten bij de totstandkoming ervan meegedacht en meegeschreven. De visie die het Rijk aan de dag legt in de havennota, komt op heel wat punten overeen met de visie van ORAM als het gaat om de Amsterdamse haven. Het stuk is daarmee een belangrijke richtingaanwijzer. Een paar onderdelen uitgelicht, met directe weergaves van de teksten uit de nota.

Centrale ambitie

De havennota heeft de volgende centrale ambitie meegekregen: “De overheid en de havens willen er samen voor zorgen dat de Nederlandse (zee)havens hun leidende en krachtige positie kunnen behouden in de economie van de toekomst die duurzaam, digitaal en verbonden is.” We zien daarbij de inzet van IenW om te zorgen voor een toekomstbestendige bereikbaarheid van de zeehavens en achterlandverbindingen. Echter het stuk gaat verder dan dat.

Deltasysteem samenwerkende havenbedrijven

“Om een optimaal maatschappelijk resultaat voor Nederland te bereiken is het gezamenlijke perspectief van Rijksoverheid en havenbeheerders dat de zeehavens toegroeien naar een geïntegreerd systeem van samenwerkende havenbedrijven. In de luchthaven sector zijn al essentiële stappen gezet naar een degelijke geïntegreerde systeembenadering. Om hier ook voor zeehavens invulling aan te geven wil IenW een stappenplan ontwikkelen om een “delta-systeem” van samenwerkende havenbedrijven tot stand te laten komen.” “Het uitgangspunt hierbij is dat een goed werkend “delta-systeem” van samenwerkende havens het mogelijk maakt om meer doelgericht nationale prioriteiten te kunnen stellen die de belangen van individuele havens overstijgen.”

De energietransitie

“De zeehavens zien vooral kansen in de energietransitie… Aandachtspunten zijn volgens de zeehavens de grote investeringsbedragen, lange terugverdientijden en het soms onrendabele karakter van investeringen. Ook vragen de zeehavens aandacht voor de bestaande wet- en regelgeving die innovaties bij gebruik van nieuwe of hernieuwbare grondstoffen en bij het uitvoeren van circulaire activiteiten mogelijk vertragen of belemmeren.”

Minister Cora van Nieuwenhuizen schrijft in de begeleidende brief aan de Tweede Kamer het volgende:

“Het is aan de havenbeheerders en het havenbedrijfsleven om de omslag te maken van een havensysteem dat is gebaseerd op fossiele grond- en brandstoffen naar duurzaam, circulair en koolstofarm. Dit betreft een transitie die niet van de ene op de andere dag is gerealiseerd, maar vraagt om vele stappen over een langere periode. Een publiek-private aanpak kan de systeemsprong beter haalbaar, betaalbaar en schaalbaar maken.”

Ruimte voor havens

“Verwacht wordt  dat in de nabije toekomst de behoefte aan ruimte in havens op zijn minst gelijk zal blijven. De Ontwerp Nationale Omgevingsvisie (NOVI) benoemt bovendien dat de energie- en grondstoffentransitie (tijdelijk) extra ruimte vraagt in de zeehavens. Havens hebben daarnaast baat bij ruimte om grootschaligheid van transport, logistiek en industrie te faciliteren, aangezien dit efficiënte afhandeling en productie mogelijk maakt. Zeeschepen en met name containerschepen worden steeds groter en de haveninfrastructuur beweegt daarop mee.”

Woningbouw en zeesluis

“In sommige havengebieden staan de havenactiviteiten onder druk vanwege de woningbouwopgave. Dit speelt momenteel vooral in Amsterdam waar wordt gewerkt aan de transformatie naar een hoogstedelijk woonwerkmilieu. Om recht te doen aan de gedane investering in de nieuwe zeesluis IJmuiden is IenW van mening dat stedelijke ontwikkeling op bestaand havengebied en havenuitbreiding met behoud van bedrijvigheid elders in het Noordzeekanaal – gebied onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en bekeken moeten worden in lijn met de ontwerp-NOVI.”

“Bij vermenging en overloop van woon- en havenfunctie zal nadrukkelijk aandacht moeten zijn voor eventuele hinder en maatregelen om hinder zoveel mogelijk te voorkomen, zowel van de kant van de havens als van de bewoners. Begrip kweken voor mogelijk overlast gevende activiteiten maakt daar onderdeel van uit. Voorts is het van belang om er rekening mee te houden dat er een categorie bedrijven  is die door de aard van de bedrijfsactiviteit niet (goed) verenigbaar is met de woonfunctie. Ook de transitie naar duurzame en circulaire havens vergt voldoende ruimte. In sommige havengebieden is (te) weinig experimenteerruimte om innovatieve projecten en vooruitgang mogelijk te maken.”

“Een transformatie van  de Coen- en Vlothaven vraagt vanwege de realisering van een hoogstedelijk woon-werkmilieu om nieuwe ontwikkel-ruimte elders, ook om recht te doen aan de investering  in de zeesluis IJmuiden en de wens om de Amsterdamse haven verder te kunnen ontwikkelen. Een planmatige ontwikkeling van de in de visie Noordzeekanaalgebied 2040 aangemerkte reserveringslocatie Houtrakpolder tot haven-bekken moet onderdeel uitmaken van deze afweging.” 

Lees hier de volledige Havennota