Ruimte voor werk 17 mei 2021

Maakindustrie is rustfactor van economie

Walther Ploos van Amstel, lector stadslogistiek aan de Hogeschool van Amsterdam, is er duidelijk over: “Amsterdam kan niet zonder maakindustrie. In economisch onrustige tijden is deze sector een baken van rust en stabiliteit”. ORAM stelde vijf vragen aan hem over ruimte voor werk in stad en regio.

 

1. Hoe zie je de toekomst voor Amsterdam, werkstad? 

We zitten in een vrij unieke omstandigheid met een hele grote regionale functie en een grote aantrekkingskracht. De werkgelegenheid gaat alleen maar intensiveren. De waarde die we als regio toevoegen moeten we echter doen met steeds minder vierkante meters en – door de vergrijzing – met steeds minder mensen. De toekomst van werken in de stad is kansrijk, maar in de manier van werken zullen we het meer moeten hebben van samenwerking met elkaar. We moeten de “stuff” (hardware) goed zien te koppelen met de “fluff” (data). Het moet geen issue zijn of we ruimte moeten houden voor stadsgebonden activiteiten: die heb je keihard nodig. Anders kan de loodgieter, de catering, de bevoorrading van je horeca en de bouwplaats in de stad, niet meer functioneren.   

2. Ruimte is de grote uitdaging. Hoe kijk je in dat kader naar de toekomst van de maakindustrie, de logistiek, de productieve bedrijvigheid in de stad? 

De maakindustrie en de productieve bedrijvigheid zijn onderwerp van discussie. Als je de stad alleen ziet vanuit de bewoners, dan hebben dit soort bedrijven weinig kans. Dat betekent dat als je niet oppast, je straks nergens meer een brouwerij of een koffiebranderij hebt. Je zult dus moeten nadenken over hoe je die maakindustrie voor Amsterdam behoudt. Bovendien, de maakindustrie is de rustfactor van de economie. In de corona periode hebben de horeca en transportsector geweldige klappen opgelopen, maar is de maakindustrie gewoon blijven doorgroeien. En juist die bedrijven hebben ruimte nodig. Niet alleen fysiek, maar ook milieu- en steeds vaker, geluidsruimte. Doorschuiven van ruimte kan niet zomaar. Ruimte moet je koesteren. Daar ligt ook een uitdaging voor bedrijven. Een mooi voorbeeld is scheepswerf Damen. Zij kwamen met een alternatief plan waar je wonen en werken kunt combineren en toch dat maritieme cluster kunt behouden. Het zou ook mooi zijn als er zo’n soort initiatief komt van bedrijven die met food bezig zijn. Dat is laten zien wat je waarde is voor de regio en boven-regionaal, maar ook hoe je samen kijkt naar de toekomst. We moeten beseffen dat het belang van Amsterdamse regio veel groter is dan alleen maar voor mensen die wonen binnen de MRA. In die maakindustrie zitten veel banen.

3. Waar zie je de grootste bottle necks ontstaan als het gaat om ruimte voor werk? 

We geven soms veel ruimte weg voor activiteiten die daar niet logischerwijs thuishoren. Ik zie dat ook in de haven gebeuren. Je moet kritisch zijn in de keuzes die je maakt. Kijk eens naar een van de huidige trends zoals houtbouw. Als je alleen al kijkt naar de houtbouwplannen die de MRA heeft, dan is Amsterdam nagenoeg de enige haven in Nederland waar je met alle houtbouw bedrijven een cluster kan maken, maar daar heb je dan wel minimaal 100.000 vierkante meter voor nodig! En de volgende slag is circulair. De gemeente denkt daarbij aan leuke en kleine initiatieven. In Amsterdam alleen al 400! Dat gaat hem niet worden. Circulair betekent het grootschalig bundelen en verwerken van stromen. Dan heb je een Europees marktaandeel nodig van tussen de 10 en 25%. En dan moet je groot denken. 

4. Wat zou wat jou betreft de beste oplossing zijn om voldoende ruimte te houden voor bedrijvigheid? En wat is het ‘laaghangend fruit’ daarbij? 

We moeten in vier zaken investeren. Te beginnen met food. Amsterdam heeft een unieke positie met 130 nationaliteiten. Wat je daar ziet is ketenomkering (organiseren van de keten vanuit de reële en individuele vraag en niet op basis van een voorspelde of veronderstelde behoefte, red), daar moet je op inspelen. Verder hebben we een unieke positie met planten en bloemen. De derde is het maritieme cluster: of het nu gaat over de mooiste jachten van de wereld tot goed onderhoudbare windmolens op zee of tot schepen die autonoom gaan varen. En natuurlijk waar de haven al heel goed mee bezig is: het waterstof cluster. Die gaat zijn weg vinden naar productiebedrijven. Spannend wordt wat de life science sector nog gaat betekenen.

5. Hoe kijkt je aan tegen de omgevingsvisie Amsterdam 2050? Wat is positief en wat zijn aandachtspunten? 

Ik maak me zorgen over het volkomen niet begrijpen hoeveel ruimte er in de Omgevingsvisie nodig is voor bedrijvigheid. Niet alleen qua vierkante meters, maar ook wie je bij elkaar brengt. Je moet oppassen dat je geen economische ketens doorbreekt: als je bedrijven weghaalt, haal je ook een cluster van bedrijvigheid daaromheen weg. De bedrijvenstrategie van de gemeente uit 2019 zie ik nauwelijks terug. Verder mis ik de ruimte voor logistiek: wereldwijd zien we dat logistieke activiteiten dichter bij de stad komen vanwege de digitalisering van bestellen. En dan heb je het niet over de pakketjes voor de consument, maar ook over de gigantische stroom voor de zakelijke markt. Dat betekent dat je aan de rand van de stad ruimte moet houden logistiek in de breedste zin van het woord. Tenslotte: de omgevingsvisie is veel te veel gericht op wonen, het particuliere gebruik van de stad en veel te weinig gericht op de toekomst van Amsterdam als volledige stad en regio. Waarde voor de stad creëer je met wat er straks zit, niet met wat het nu oplevert per vierkante meter. 

OK, toch nog één vraag: Welk advies zou u willen meegeven aan Amsterdam? 

Er is een mooie film, The Current War (2017) over de strijd tussen de fabrikanten van de twee verschillende elektriciteitssystemen, waaruit heel goed naar voren komt dat je grote doelen moet stellen om ergens te komen. Je zal daarvoor een aantal leidende ondernemers moeten hebben die zeggen: “wij gaan het doen”. En bij de ontwikkelingen van food, maritiem, waterstof en circulair die schaalsprong maken. Er zijn heel veel innovatieve ideeën, maar het is allemaal kralenrijgen. We moeten veel meer regio worden. En daar kunnen ondernemers een grote rol in spelen. Zelf met een plan komen. Dan haakt de stad vanzelf aan.



De komende periode publiceert ORAM interviews met diverse inhoudelijk deskundigen om aandacht te vragen voor het ORAM-thema ’Ruimte voor werk’.