Column 2 december 2020

Boter bij de vis: zonder werk geen wonen

Afgelopen week presenteerde de Metropoolregio Amsterdam haar Economische Verkenningen. Het mocht natuurlijk geen verrassing heten dat er sprake is van grote krimp in onze regio, maar het blijft heftig om zwart op wit te zien hoe specifiek de MRA geraakt wordt door deze crisis.

 

Het is dan goed om te zien dat de Gemeente Amsterdam alert reageert: concreet met een impuls van 28 miljoen euro bedoeld voor de  ‘bredere economie’. Maar ook met het Actieplan congressen, gericht op het aantrekken van zakelijke bezoekers. Voorts gaat de gemeente aan de slag met adviezen van bewoners en bedrijven voor een toekomstbestendige bezoekerseconomie.

“Bij de gemeente leek de afdeling Economie wel eens overvleugeld te worden in de afgelopen jaren.”

Onverdeelde focus op de economie is broodnodig. Bij de gemeente leek de afdeling Economie wel eens overvleugeld te worden in de afgelopen jaren. Wellicht wel met het idee dat Amsterdamse bomen altijd tot in de hemel blijven groeien. De economie als een perpetuum mobile, daar hoef je toch geen aparte afdeling voor te hebben? De huidige realiteit vraagt echter om heroverweging, om nieuwe keuzes. Banen, bedrijven, vestigingsklimaat? It’s about time…  

En als je dan kiest voor de economie, voor banen en voor die toekomst, zorg dan ook dat die economie de ruimte krijgt. Het blijft soms onwerkelijk om te zien hoeveel  bedrijventerreinen in Amsterdam moeten transformeren naar woonfuncties. Met het eenvoudige recept: bedrijven verhuizen naar andere gemeenten in de MRA. Die zetten we over de grens, geen probleem. Tot dat je er achter komt dat ook in die gemeenten zich plannenwolken samenpakken boven bedrijventerreinen. Wat dan?

In de plannen lees je dat de transformatie ook werkplekken creëert. Klopt, maar om welk werk gaat het dan? Thuiswerkplekken, praktijkruimte, kantoren. Waar blijven bedrijven die veelal gevestigd zijn op bedrijventerreinen; met banen waarbij je meestal niet op kantoor zit? Banen voor praktisch opgeleiden. Wat doen we met bedrijven en banen die Amsterdam hard nodig heeft om een evenwichtige economie te ontwikkelen? Waar laten we die felbegeerde maakindustrie? Dat blijft de vraag. 

“Waar blijven bedrijven die veelal gevestigd zijn op bedrijventerreinen”

Onlangs verscheen de Gemeentelijke Visie Haven. De gemeente geeft hiermee een doorkijk naar de haven in 2040 aan de hand van vijf publieke belangen. Het goede nieuws is dat de haven een belangrijke rol speelt in de bredere economische mix waar de stad naar op zoek is. Dat blijkt ook uit recente cijfers waarin te zien is dat de directe en indirecte werkgelegenheid in de Amsterdamse haven in drie jaar steeg met ruim 3.500 banen naar bijna 35.000 totaal. De visie spreekt echter ook van de ‘compacte haven’, doelend op het efficiënt en effectief inzetten van locaties met veel milieuruimte voor bedrijven die dat nodig hebben. En uiteraard, we moeten zuinig omgaan met de beperkte ruimte. Maar ook hier geldt: investeren in een gezonde haven die uitblinkt in de energietransitie en een circulaire economie is ook investeren in ruimte. Het een kan niet zonder het ander.  

Daarnaast geldt dat belangrijke havengebieden in de toekomst moeten transformeren naar hoogstedelijke woon-werkgebieden. En niet alleen in Amsterdam, ook in Zaanstad en de IJmond schiet het aantal woningbouwplannen uit de grond. In de praktijk merken we nu al dat uitplaatsen van de bedrijven die moeten wijken voor woningen een hels karwei is.   

Evenwichtige ruimtelijke ontwikkeling gaat over meer dan woningbouw alleen. Hoe begrijpelijk de roep om meer woningen ook is, de roep om alle soorten werk klinkt straks minstens zo hard.

Echte aandacht en inzet op een brede economie betekent ook durven kiezen voor de consequenties van die economie. Ruimte maken voor banen en bedrijven. Niet alleen de visie, maar ook de impact.  

Boter bij de vis, zonder werk geen wonen.

Paul Wevers                    Kees Noorman 
voorzitter                         directeur