go to top

Havenmasterclass levert interessante visies op

22 april 2016

De havenmasterclass van ORAM en havenopleider STC was een levendige bijeenkomst. Interessante visies en gewaagde uitspraken wisselden zich in rap tempo af. Logisch natuurlijk, als het thema 'de waarde van de Amsterdamse haven' is. Bedrijven in de haven toonden volop trots en geloof in de toekomst. De aanwezige politici en beleidsadviseurs waren geïnteresseerd, maar ook sceptisch. Misschien een mooie demonstratie van de verhouding tussen politiek en bedrijfsleven rond de Amsterdamse haven?

Img 044De Havenmasterclass is een initiatief van ORAM, opleider STC-Amsterdam en Netherlands Maritime University of Applied Sciences. Het doel is kennis delen over de Amsterdamse Havens en in gesprek te gaan met bestuurders, stakeholders en ondernemers over actuele thema’s. 

Peter de Langen is hoogleraar aan TU Delft en is gepromoveerd aan de Erasmus Universiteit en eigenaar van adviesbureau Port and Logistics Advisory beet dit keer het spits af en leidde de bijeenkomst. Hij keek naar de voor- en nadelen van de Amsterdamse haven, beoordeelde de concurrentiepositie en woog de kansen voor de toekomst.  

Als kans zag hij dat Amsterdam en omgeving één van de meest dynamische metropolitane regio’s van Europa is. In een metropolitane regio profiteert de zeehaven van economische activiteiten in de stad en omgekeerd. Zo ook in Amsterdam, vindt de Langen.

De haven van Amsterdam creëert wat hij noemde in het buitenland ‘connectiviteit’ voor consumenten en producenten in de stad. Onder anderen in industrieën waarin de regio gespecialiseerd is. Daarnaast ziet hij dat de haven bijdraagt aan de concurrentiekracht van andere delen van de regionale economie. Zoals rond havenlogistiek, hoogwaardige dienstverlening en (groot) handel. Dat werd later door een medewerker van een advocatenkantoor met een vestiging in Amsterdam beaamd. De West-as en de Zuid-as van Amsterdam vormen hierin een driehoeksrelatie met de haven, zag de Langen.

De concurrentiepositie van de Amsterdamse haven vindt de Rotterdamse promovendus en haven adviseur spannend. Door de aanwezigheid van de sluis zijn de zogenoemde ‘generaliseerde transportkosten’ voor schepen hoger. Bovendien betekent het moeten passeren van de sluis wachten en onzekerheid. De terminals in de Amsterdamse haven zouden volgens de Langen moeten uitblinken in operational excellence om de concurrentie met andere zeehavens te weerstaan. Ook is er krachtige innovatie nodig. Daarvoor is de innovatieve stad Amsterdam weer belangrijk.

De arbeidsverhoudingen in de Amsterdamse haven ziet hij, in vergelijking met Rotterdam en Antwerpen, weer als zeer bemoedigend voor de positie. In Antwerpen speelt de wet Majoor die de havenarbeiders beschermt en in Rotterdam zijn ze ook steeds moeizaam gebleken.

Ook ziet de Langen de geografische ligging van de Amsterdamse haven als kansrijk. Het is een global hub van passagiersstromen, goederenstromen, datastromen en kennis-stromen. De aanwezigheid van Schiphol en de aankomst van cruiseschepen in de voor toeristen aantrekkelijke stad verstevigen dat. Zo krijgt Schiphol meer dan de helft van de benodigde Kerosine vanuit de haven van Amsterdam aangeleverd.  De Langen vindt dan ook dat je de waarde van de Amsterdamse waarde niet alleen moet afmeten aan werkgelegenheid en toegevoegde waarde. ‘Het havencomplex is geen eiland, maar op verschillende manieren verweven met andere componenten van de regionale economie’ zei hij dan ook. Het gaat wat hem betreft om de strategische waarde.

Jack de Moel van Eurotank gaf een mooie, concrete illustratie van de waarde van zijn bedrijf voor de Amsterdamse haven en voor de werkgelegenheid. Hij zei dat Eurotank, onderdeel van VTTI, een internationaal tankopslag en blender bedrijf voor brandstoffen, in Nederland gevestigd in Rotterdam en Amsterdam ‘als laatste de Amsterdamse haven zou verlaten.’ Het zit er al lang. Vanaf 1926 namelijk. De omstandigheden vindt De Moel gewoon goed. Er waren in de loop der tijd forse investeringen nodig. Daarnaast ziet hij voor Eurotank geen ontwikkelingen in de toekomst die aanleiding zouden geven om de Amsterdamse haven te verlaten. VTTI kan dat weten. Het is actief in havens op 5 continenten. Ook blijkt de kennisindustrie die Eurotank nodig heeft in Amsterdam en Rotterdam te zitten.

Omgekeerd biedt VTTI Amsterdam volgens hem ook veel. Met name tenminste 500 indirecte arbeidsplaatsen. Hoewel bij de Amsterdamse vestiging van Eurotank maar 80 mensen in dienst zijn, bieden de werkzaamheden op de terminal veel werkgelegenheid voor onderhoudsbedrijven, agenten, bemanning van binnenvaartschepen, mensen die zich inzetten rond scheepsbewegingen en nog vele anderen. Ook is het vervoer naar het achterland met binnenvaartschepen van groot belang.  Eurotank draagt daar fors aan bij. De Moel kon het dan ook niet nalaten om zijn verbazing over de ontwikkelingen rond de ‘Sprong over het IJ’ uit te spreken. ORAM volgt de discussie rond “Sprong over het IJ” nauwgezet. Alle belangen in de discussie over een IJoever verbinding moeten worden meegewogen. Voor het havenbedrijfsleven is essentieel dat het IJ voor o.a. binnenvaart en cruise doorgankelijk blijkt. Een brug zou dat kunnen belemmeren. 

Tussendoor ontstond een levendige discussie over de bijdrage aan de economische groei van toeristen die Amsterdam via cruiseschepen en Schiphol aandoen, over de parameters die je moet kiezen om de waarde van de Amsterdamse haven te bepalen en of de innovatiekracht van de haven wel zo groot is. Tot slot nodigde gespreksleider Peter de Langen een medewerker van de ING uit om zijn onderzoek toe te lichten. ING heeft vele bedrijven in de haven gevraagd naar hun keuze voor de haven van Amsterdam. De aanwezigheid van Schiphol bleek daarbij een grote rol te spelen. Enkele bedrijven lichtten dat verder toe. Het onderzoek komt eind april uit. 

Eind dit jaar organiseert ORAM samen met STC en NMU een volgende Havenmasterclass. 

Havenmasterclass april 2016