go to top

Interview Annemarie Manger (Tata Steel IJmuiden) over de toekomst van Amsterdam

‘Ik geloof niet in een economie die alleen op diensten draait’

9 september 2017

De stad groeit en bloeit, maar wat is nodig om de groei vast te houden zonder dat de kwaliteit van leven eronder lijdt?

In acht interviews geven ondernemers hun visie. Deel 3: Annemarie Manger, director Engineering en Site Services.

Annemarie MangerAls in een pastamachine worden plakken staal van twaalf meter platter dan plat gewalst. Aan het einde van de bijna een kilometer lange Warmbandwalserij van Tata Steel in IJmuiden zijn de plakken platen geworden – anderhalve millimeter dik en 1600 meter lang, netjes opgerold alsof het niets is. Zelfs op twintig meter afstand slaat de hitte je in het gezicht. Het roodgloeiende staal komt tot 1250 graden Celsius.

Bij het vroegere Hoogovens stappen we toch al in een wereld van grote getallen. Liefst 9000 mensen werken hier, nog eens het dubbele aantal mensen in de regio dankt zijn baan indirect aan Tata Steel, bij toeleveranciers bijvoorbeeld. Per jaar wordt hier 7 miljoen ton staal geproduceerd en dat begint allemaal met een heuvellandschap aan kolen en ertsen langs de kade. De ijzererts die daar op voorraad ligt, twaalf Hollandse bergen, gaan er in drie weken doorheen.

Het moet een spannende periode zijn voor Tata Steel. Al 1,5 jaar wordt gesproken over een nieuwe fusie, met het Duitse ThyssenKrupp dit keer. Directeur Engineering Annemarie Manger doet er luchtig over. In IJmuiden overheerst geloof in eigen kracht. “Op het ogenblik zijn we heel gelukkig binnen Tata Steel, maar ik denk dat de naam en reputatie van Hoogovens goed blijft in welke constellatie dan ook.”

Niet zonder trots poseert ze voor het oude beeldmerk van Hoogovens op het Dudokgebouw. “Dat mag er niet af, het is een beschermd monument. Maar dat vinden we eigenlijk wel mooi, hoor.” Tata Steel heeft last van de lage staalprijzen nu de wereldmarkt wordt overladen met goedkoop Chinees staal, maar in IJmuiden weten ze dat ze er vergeleken met de noodlijdende Britse tak van het bedrijf goed op staan. “Hoe innovatief we zijn komt goed naar voren vanwege de potentiële fusie. Hoe trots we zijn op onze 350 R&D-medewerkers en onze vele patenten, dat komt vaak in de krant.”

Dan gaat het over het belang van Tata Steel voor de regionale economie. Maar de haven valt al buiten het blikveld van de Amsterdammer. Die denkt niet aan Tata Steel.

“Grappig is dat. Academici die wij aantrekken, denken wel meteen aan Amsterdam. Die vinden het allemaal fantastisch om in de stad te wonen. We hebben vorig jaar ook een vestiging geopend op het Science Park. Met start-up Scyfer ontwikkelen we nieuwe technieken om nog beter staal te produceren, op basis van kunstmatige intelligentie en big data. Daar zit nog veel rek in.”

Traditioneel komt personeel van Hoogovens toch vooral uit Noord-Holland, niet uit de stad?
“Techniek staat bij jongeren toch al niet hoog op de agenda. In de regio wat meer, omdat ze mensen kennen die hier werken. We hebben hier veel Hoogovenaren van de derde en vierde generatie die in deze cultuur zijn opgegroeid. Door voorlichting op scholen laten we jongeren kennismaken met techniek. Ook gericht op meisjes, een onontgonnen groep.”

Bouwbedrijven zeggen: Amsterdamse jongeren willen geen vuile handen maken.
“Kan zijn, voor ons werk is dat ook steeds minder nodig. Dat imago moet beter. Jongeren zeggen dat ook als we hun belangstelling proberen te wekken voor onze Academy, de 78 jaar oude bedrijfsschool die openstaat voor andere bedrijven en start-ups: ‘Waarom noemen jullie zo’n opleiding werktuigbouwkunde of elektrotechniek? Dat klinkt niet leuk.’ Mbo robotica of mbo duurzaamheid klinkt al heel anders.”

Maar of idealistische, groene jongeren nou bij Tata Steel gaan werken?
“Nou, dat zien we steeds meer, juist omdat ze inzien dat ze in een CO2-intensieve industrie het verschil kunnen maken.”

Maar duurzaam? Bij staal – hard, zwaar, grootschalig – denken we vooral aan de vorige eeuw. In de 21ste eeuw willen we het licht, mobiel, flexibel. In Amsterdam komt momenteel een brug uit de 3D-printer!

“Wereldwijd stijgt de vraag naar staal nog steeds. En anders dan de meeste kunststoffen is staal oneindig recyclebaar. Een leeg blikje is morgen een stalen balk in een brug of de carrosserie van een auto. Bij Schiphol zijn al gebouwen opgeleverd met een materialenpaspoort, zodat de stalen onderdelen na de sloop makkelijk een tweede leven kunnen krijgen.”

Een kringloop van materialen, de circulaire economie. Een beetje een modewoord, toch?
“Het is geen modegril. De circulaire economie, dat is waar wij aan denken bij de derde gouden eeuw voor Amsterdam. Dat is wat de industrie verbindt met kennis en innovatie, dat is wat Tata Steel verbindt met de stad. Dat gaat over stromen van afval, data, talent – we kunnen het niet meer alleen oplossen, we moeten de regio als een geheel bekijken. En denk eens aan metalen in de Amsterdamse haven. Wij zijn steeds meer afhankelijk van schroot; toch handig als dat weer terugkomt vanuit de stad.”

De wereld wil naar minder broeikasgassen. Hebben hoogovens dan nog zoveel toekomst?
“We beseffen dat we iets moeten doen aan onze CO2-footprint. Die hebben we sinds 1990 al met dertig procent teruggebracht. Onze ligging aan zee is daarvoor ook gunstig, vergeleken met de concurrentie.”

“Verder werken we aan een nieuwe manier om staal te maken, HIsarna, met nog eens minstens 20 procent minder CO2-uitstoot. In een consortium van staalbedrijven ontwikkelen we een proeffabriek en die staat hier in IJmuiden. Het voordeel is ook dat de CO2 die uit HIsarna komt bijna honderd procent zuiver is. Die kan je dus makkelijk afvangen en opslaan, bijvoorbeeld in lege gasvelden in zee. Dan is een CO2-reductie van 80 procent mogelijk.”

Of hergebruiken in de tuinbouw in de regio?
“Dat zou zeker kunnen. Nu gaat dat niet, omdat er naast CO2 ook veel koolmonoxide in zit.”

En nog meer circulaire economie: de warmte die bij Tata Steel vrijkomt kan naar de stadsverwarming in Amsterdam?
“In eerste instantie in de IJmond. Maar er zijn ook plannen om die warmtenetten te verbinden, tot in Amsterdam aan toe.”

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Plannen om warmte te leveren aan papierfabriek Crown Van Gelder zijn stukgelopen.

“Het is altijd een kwestie van investeringen. Zeker als je hele woonwijken wilt verwarmen, zijn die enorm. Een eenvoudige beslissing is het nooit, want wat moet je doen als die warmte tijdelijk niet beschikbaar is? Wij zijn een volcontinu bedrijf, maar ook wij staan weleens stil, gepland of ongepland. Het kan niet zo zijn dat je dan een hele woonwijk in de kou zet.”

Dat jullie zo innovatief zijn, wordt ook niet altijd opgemerkt in Amsterdam. Toen de Amsterdam Economic Board werd opgericht, werden hippe en schone branches als de financiële dienstverlening, de creatieve industrie en de ict aangewezen als de ‘clusters’ waar de economie het in de toekomst van moet hebben. Pas na veel pijn en moeite kregen jullie gedaan dat de maakindustrie een eigen cluster kreeg.

“De cirkel rond Amsterdam was wat strak getrokken. Door de regio iets groter te maken werd ook de cacaoindustrie langs de Zaan en de offshorewindenergie in IJmuiden meegenomen.”

Industrie vond men in Amsterdam maar vies. Je was óf kenniseconomie óf maakindustrie. Zo werd dat toen gezien, toch?
“Wij zijn altijd kennisintensief geweest. In de staalindustrie gaat het om enorme investeringen, dus daar moet je goed op studeren. Het lukt ons nu beter om dat over het voetlicht te krijgen.”

Sinds de crisis snapt Amsterdam misschien ook beter hoeveel banen ermee gemoeid zijn? 
“Ik geloof niet in een economie die alleen op diensten draait. Ik denk dat de maakindustrie en de spin-off daarvan veel invloed hebben op de stad. Ik denk dat regio veel zou verliezen als hier in IJmuiden alleen nog vakantiehuisjes staan.”
Bron: Het Parool

 

Ondernemers op weg naar de Blauwdruk voor de Derde Gouden Eeuw van Amsterdam
ORAM, de grootste ondernemersorganisatie van Amsterdam, bestaat 100 jaar. Het Parool peilt in samenwerking met ORAM de visie van ondernemers op de toekomst van Amsterdam. De interviews staan elke woensdag en ­zaterdag in de krant.

Mis het niet en vier ons jubileum mee tijdens een spetterend feest in de NDSM scheepsbouwloods. Bestel kaarten